ECLI:NL:RBDHA:2021:8634
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Handhaving rook- en geuroverlast door houtkachel gegrond verklaard
Eiser klaagde over rook- en geuroverlast veroorzaakt door een houtkachel bij een woning in zijn omgeving en verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om handhavend op te treden en een gedragsaanwijzing op te leggen. Het college wees dit verzoek af, stellende dat geen overtreding van het Bouwbesluit 2012 was vastgesteld en dat mediation een minder ingrijpend middel was.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek van de gemeente onvoldoende was om vast te stellen dat geen sprake was van hinderlijke of schadelijke rook- en geuroverlast in strijd met artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Ook al voldeed de rookgasafvoer aan technische eisen, kan overlast voor omwonenden niet worden uitgesloten en kan handhaving op grond van artikel 7.22 worden toegepast.
De rechtbank wijst het verzoek om een gedragsaanwijzing af omdat eiser mediation niet wilde accepteren en dit een ultimum remedium is. Daarnaast faalt het beroep op het Natura 2000-gebied en het EVRM wegens onvoldoende onderbouwing.
Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Eiser krijgt het betaalde griffierecht vergoed, maar er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; de gemeente moet een nieuw besluit nemen.