Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. D.M. Biermann, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 23 april 2019 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Na het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag stelde eiser verweerder in gebreke en startte een beroep bij de bestuursrechter, die op 27 februari 2020 oordeelde dat verweerder binnen acht weken moest beslissen en bij niet-naleving een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 zou verbeuren.
Verweerder besloot uiteindelijk op 23 juni 2020 de aanvraag in te willigen en stelde dat over een deel van de periode geen dwangsom verschuldigd was omdat eiser tijdig was gehoord. Eiser was het hier niet mee eens en stelde recht te hebben op een dwangsom over een langere periode.
De rechtbank overwoog dat zij zich onbevoegd achtte om kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de hoogte van de dwangsom. Dit omdat de vaststelling van de dwangsom niet is gebaseerd op een publiekrechtelijke rechtshandeling, maar een civielrechtelijke kwestie betreft die volgens artikel 8:55d Awb en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak door de burgerlijke rechter moet worden behandeld.
De rechtbank wees het beroep daarom af wegens onbevoegdheid en wees erop dat eiser zich tot de burgerlijke rechter moet wenden voor geschillen over de hoogte van de dwangsom. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de hoogte van de rechterlijke dwangsom en verwijst eiser naar de burgerlijke rechter.