Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.De feiten
(hierna: overige concurrente schuldeisers) € 482.019,-
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een besloten vennootschap, verzocht om verlenging van de afkoelingsperiode onder de WHOA en een beslissing over de klassenindeling van schuldeisers, met name de concurrente vordering van Rabobank in een aparte klasse.
De rechtbank constateerde dat verzoekster voldoende vooruitgang had geboekt in de totstandkoming van het akkoord en dat verlenging van de afkoelingsperiode noodzakelijk was om verdere verhaalsacties van schuldeisers te voorkomen en het bedrijf voort te zetten. De liquiditeitsprognoses toonden aan dat verzoekster tot en met week 36 aan haar verplichtingen kon voldoen.
Ten aanzien van de klassenindeling oordeelde de rechtbank dat het gesecureerde deel van Rabobanks vordering en het ongesecureerde deel in aparte klassen konden worden ingedeeld. De ongelijke behandeling van Rabobank ten opzichte van overige concurrente schuldeisers werd gerechtvaardigd geacht vanwege het belang van Rabobank als huisbankier voor het voortbestaan van de onderneming en het welslagen van het akkoord.
De rechtbank wees het verzoek toe tot verlenging van de afkoelingsperiode met twee maanden en bevestigde de klassenindeling en ongelijke behandeling, maar wees het verzoek af om deze beslissing bindend te verklaren voor alle betrokkenen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiode met twee maanden en bevestigt de klassenindeling met Rabobank in een aparte klasse en de gerechtvaardigde ongelijke behandeling.