ECLI:NL:RBDHA:2021:8059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling mvv-plicht bij gezinshereniging op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres, met de Burundese nationaliteit, heeft meerdere aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor gezinshereniging bij haar partner in Nederland, telkens afgewezen vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Tevens is aan haar een inreisverbod opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat eiseres het gezinsleven kan uitoefenen in Burundi of Angola, zodat geen sprake is van inmenging in haar gezinsleven in Nederland.
Eiseres voerde aan dat haar kinderen in Nederland geboren zijn, geen band met Burundi of Angola hebben, en dat het vertrek naar Burundi risico's op ontwikkelingsschade inhoudt. Een rapport van de Rijksuniversiteit Groningen ondersteunt dit standpunt. De rechtbank oordeelt echter dat dit onvoldoende concreet is om vrijstelling van de mvv-plicht te rechtvaardigen, mede omdat het rapport zich niet uitlaat over vestiging in Angola.
De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro is door verweerder zorgvuldig gemaakt en de rechtbank ziet geen reden dit te herzien. Ook is het inreisverbod terecht gehandhaafd. De rechtbank wijst het beroep af en volgt verweerder in de motivering dat het vertrek naar het buitenland mogelijk is, en dat de mvv-plicht niet kan worden opgeheven. Er is geen schending van de hoorplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning gezinshereniging wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.