Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
de rechtbank begrijpt: nadeel), nu de wachttermijn vanaf de datum van aanmelding voor aangifte tot de datum van het daadwerkelijk opnemen van de aangifte in veel gevallen al meer dan drie maanden beslaat. Daardoor creëert de Nederlandse overheid zelf de situatie dat de aangifte niet binnen drie maanden kan worden gedaan. Dat de aangifte meer dan drie maanden na de asielaanvraag is gedaan, komt door de lange wachttijd en niet door eisers houding. Eiser heeft voorts aangevoerd dat het nieuwe beleid voor Dublinclaimanten in strijd is met de Richtlijnen 2011/36/EU en 2004/81/EG (hierna: de Richtlijn). Als aan de voorwaarden van artikel 8, eerste lid van de Richtlijn is voldaan moet een verblijfsvergunning worden verleend. Vanaf 24 september 2019 (aangifte) tot 7 oktober 2019 (beslissing OM) had aan eiser een verblijfsvergunning moeten worden verleend, die, nu niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, kan worden ingetrokken. Tevens is eiser van mening dat de Dublinverordening niet van toepassing is bij een verzoek om bescherming als slachtoffer van mensenhandel.