ECLI:NL:RBDHA:2021:7756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nederland verantwoordelijk voor asielaanvraag na verstreken overdrachtstermijn ondanks B8-procedure
Eiseres, een Nigeriaanse asielzoekster, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat haar eerdere aanvraag niet in behandeling was genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Italië op grond van de Dublinverordening. Verweerder stelde dat het bezwaar in de B8-procedure de overdrachtstermijn opschortte, waardoor Nederland nog niet verantwoordelijk was.
De rechtbank overwoog dat de opschortende werking van artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening alleen ziet op rechtsmiddelen tegen het overdrachtsbesluit zelf en niet op bezwaren tegen andere besluiten zoals de B8-procedure. Het Nederlandse beleid dat het bezwaar in de B8-procedure als opschortend beschouwt, is niet gebaseerd op wettelijke bevoegdheid en strookt niet met de doelstellingen van de Dublinverordening.
De rechtbank stelde vast dat de overdrachtstermijn was verstreken en dat Nederland daarom verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en stelt vast dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.