De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg waarin spoedeisende bestuursdwang werd toegepast vanwege een brandgevaarlijke situatie in de woning van eiser. Verweerder had de kosten van deze bestuursdwang op eiser verhaald. De rechtbank oordeelt dat de toepassing van spoedeisende bestuursdwang rechtmatig was gezien het concrete brandgevaar en de belemmering van vluchtmogelijkheden.
Eiser stelde dat de situatie niet gevaarlijker was dan in andere woningen en dat verweerder onvoldoende contact met hem had gezocht. De rechtbank verwierp deze bezwaren en bevestigde dat de spoedeisendheid een uitzondering is die geen alternatieve maatregelen vereist. Wel oordeelde de rechtbank dat het vernietigen van de spullen zonder inspraak van eiser disproportioneel was, vooral omdat waardevolle goederen waren vernietigd.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd voor zover het het kostenverhaal betreft. Verweerder moet een nieuw besluit nemen en eiser het betaalde griffierecht en proceskosten vergoeden. De rechtbank benadrukte het belang van proportionaliteit bij kostenverhaal na bestuursdwang.