ECLI:NL:RBDHA:2021:7352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening ondanks familieband met Nederlandse kinderen
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende man, diende op 5 maart 2021 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloot op 3 juni 2021 de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser stelde dat hij een langdurige relatie heeft met een Nederlandse partner en de biologische vader is van twee minderjarige Nederlandse kinderen, en dat het besluit in strijd is met het belang van de kinderen en het IVRK.
De rechtbank oordeelde dat Duitsland inderdaad verantwoordelijk is en dat de staatssecretaris niet verplicht is de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, ook al erkent zij de familieband. De rechtbank benadrukte dat de Dublinverordening niet bedoeld is voor reguliere verblijfsaanvragen op basis van familiebanden en dat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die een uitzondering rechtvaardigen.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat het belang van de minderjarige kinderen niet onevenredig wordt geschaad door de overdracht aan Duitsland. De voogdij ligt bij een voogdijinstelling die eiser niet toestaat de kinderen te bezoeken, en er is geen omgangsregeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.