ECLI:NL:RBDHA:2021:7272
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verlenging begunstigingstermijn handhaving baggerdepot wegens strijd met bestemmingsplan
Verzoekster exploiteert een baggerdepot op percelen die volgens het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost' een agrarische bestemming hebben, waarbij het gebruik als baggerdepot niet is toegestaan zonder omgevingsvergunning. Na het verstrijken van een tijdelijke periode zonder vergunning heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem handhavend opgetreden door een last onder dwangsom op te leggen om het gebruik te beëindigen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd tegen het handhavingsbesluit. Zij stelt dat het gebruik niet strijdig is met het bestemmingsplan omdat geen nieuwe baggerspecie is aangevoerd sinds de vergunningaanvraag en dat er concreet zicht is op legalisatie. Tevens betwist zij de hoogte van de dwangsom en vindt zij de begunstigingstermijn te kort.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het gebruik als baggerdepot inderdaad in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Er is geen concreet zicht op legalisatie omdat de aanvraag onvoldoende voldoet aan de voorwaarden voor een binnenplanse afwijking. Wel acht de rechter de begunstigingstermijn van twee maanden, verlengd tot vijf dagen na uitspraak, onredelijk kort gezien de tijd die nodig is voor het ontwateren, keuren en afvoeren van de baggerspecie.
Daarom wordt de begunstigingstermijn verlengd tot 31 oktober 2021 en het primaire besluit in zoverre geschorst. Het overige verzoek wordt afgewezen. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Begunstigingstermijn verlengd tot 31 oktober 2021, overige verzoek afgewezen, college veroordeeld in proceskosten.