ECLI:NL:RBDHA:2021:7120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Iraanse nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening (EU) Nr. 604/2013, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser voerde aan dat overdracht naar Duitsland onverantwoord is vanwege de coronapandemie en tekortkomingen in de Duitse asielprocedure en opvangvoorzieningen. De rechtbank oordeelt dat het tijdelijke overdrachtsbeletsel vanwege het coronavirus geen gevolgen heeft voor de lidstaatverantwoordelijkheid. Ook zijn de aangevoerde tekortkomingen onvoldoende om te concluderen dat Duitsland niet aan internationale normen voldoet.
Daarnaast stelde eiser dat de lange duur van zijn procedure in Nederland een reden is om de asielaanvraag aan Nederland toe te wijzen. De rechtbank wijst dit af, omdat de Dublinverordening een snelle afhandeling beoogt, maar ook een opschorting van overdrachtstermijnen toestaat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland wordt ongegrond verklaard.