Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
nadateen betrokken persoon Griekenland reeds heeft verlaten, deze statushouder niet kan worden verweten dat er niets is ondernomen om de hieruit voortvloeiende rechten te effectueren voordat bewustzijn bestond dat hij/zij internationale bescherming geniet in Griekenland. Dit bewustzijn kan in dit geval waarin de Griekse autoriteiten deze persoon dus niet op de hoogte hebben kunnen brengen van het verlenen van internationale bescherming eerst ontstaan nadat het verzoek om internationale bescherming hier te lande niet-ontvankelijk wordt verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Uit de interim measure van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Alaa Asaad e.a. tegen Nederland (nr. 31007/20) van 28 juli 2020, die verlengd is tot 5 oktober 2020 en op 16 oktober 2020 is toegewezen en verlengd '
until further notice' is op te maken dat het EHRM geïnteresseerd is in de vraag of en zo ja hoe de statushouders in Griekenland in het bezit kunnen komen van een verblijfsvergunning. Deze interim measure gaat over een vreemdeling aan wie internationale bescherming is verleend
náhet vertrek van die vreemdeling uit Griekenland. In het geval dat de Griekse autoriteiten in Eurodac hebben geregistreerd dat er een verblijfsvergunning is verstrekt aan een statushouder, is dus wel degelijk relevant of de statushouder door de Griekse autoriteiten bewust is gemaakt van het feit dat een verblijfsvergunning is verleend en of zij daarvan daadwerkelijk papieren hebben verstrekt omdat documentloosheid in Griekenland zal belemmeren in het aldaar verkrijgen van toegang tot voorzieningen.
official indifference in a situation of serious deprivation or want incompatible with human dignity”, alsnog sprake is van schending van artikel 3 EVRM Pro. Er dient dus in dit kader door de rechter te worden beoordeeld of de statushouder vanwege in de persoon gelegen bijzondere omstandigheden een reëel risico loopt om bij terugkeer in de lidstaat waar internationale bescherming wordt genoten sprake zal zijn van een situatie die in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest.
until further notice'. In die zaak betreft het een alleenstaande ouder met kinderen.
Beslissing
- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort en dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 534,-.