ECLI:NL:RBDHA:2021:6784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en oplegging nieuw besluit binnen zes weken
Eiseres, samen met haar minderjarige broer naar Nederland gekomen, had een asielaanvraag die werd afgewezen en waarbij een terugkeerbesluit werd opgelegd. De rechtbank constateerde in een eerdere tussenuitspraak gebreken in het besluit, met name het ontbreken van aandacht voor de samenhang met de zaak van haar broer. De staatssecretaris trok het terugkeerbesluit in, maar draaide deze intrekking later weer terug zonder het gebrek adequaat te herstellen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit onvoldoende gemotiveerd is en dat de belangen van eiseres en haar broer niet in samenhang zijn betrokken, waardoor het besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank verwijst naar relevante jurisprudentie, waaronder het arrest TQ van het Hof van Justitie van de EU, en benadrukt het belang van een zorgvuldige en tijdige besluitvorming.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt de staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Bij niet-naleving wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €7.500, opgelegd. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden terugkeerbesluit wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen onder verbeuring van een dwangsom.