ECLI:NL:RBDHA:2021:6782
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv nareis wegens niet aangetoonde identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als nareiziger bij haar echtgenoot, de referent. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen geldig identiteitsbewijs of ander officieel document kon overleggen, en de overgelegde documenten vals bleken. Ook werd de familierechtelijke relatie niet aannemelijk geacht vanwege het ontbreken van een rechtsgeldig huwelijk.
De rechtbank constateerde dat verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel schond door eiseres niet tijdig te informeren over het onderzoek naar de authenticiteit van de documenten en haar geen gelegenheid te geven hierop te reageren. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat de inhoudelijke gronden voor afwijzing standhouden, aangezien de identiteit en familierechtelijke relatie niet zijn aangetoond en geen bewijsnood is vastgesteld. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom in stand.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.