ECLI:NL:RBDHA:2021:6700
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in zorgregeling
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een zaak over wijziging van de zorgregeling van haar dochter. Zij stelde dat de rechter niet naar haar verhaal luisterde, haar niet liet uitpraten en alleen aandacht gaf aan de gecertificeerde instelling, waardoor sprake zou zijn van partijdigheid.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek op basis van het proces-verbaal van de zitting van 30 april 2021 en de schriftelijke reactie van de rechter. Uit het proces-verbaal bleek dat verzoekster voldoende ruimte had gekregen om haar verhaal te doen, ondanks dat zij enkele keren door de rechter werd onderbroken. De kamer oordeelde dat deze onderbrekingen niet voldoende waren om de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid aan te nemen.
De wrakingskamer stelde vast dat er geen andere feiten of omstandigheden waren die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid van de rechter opleverden. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De procedure in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing werd op 21 mei 2021 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag, bestaande uit de rechters S.W.E. de Ruiter, R. Cats en S.E. Postema.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens onvoldoende grond voor partijdigheid.