ECLI:NL:RBDHA:2021:6699
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende vooringenomenheid niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de raadkamer gevangenhouding wegens vermeende vooringenomenheid en het continu afkappen tijdens de behandeling. Verzoeker stelde dat de rechter meer gericht was op een snelle afhandeling dan op de inhoud van de zaak.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat de rechter na het treffen van een ordemaatregel op 14 april 2021 geen verdere bemoeienis meer had met de zaak. De gevangenhouding was namelijk op 22 april 2021 verlengd door een andere voorzitter, waardoor het doel van wraking, het waarborgen van onpartijdigheid van de behandelende rechter, niet meer relevant was.
Daarnaast werd toegelicht dat de beperkte spreektijd tijdens de behandeling van de gevangenhouding voortkomt uit landelijke afspraken over de duur van videoverbindingen en niet kan worden gezien als vooringenomenheid. De wrakingskamer wees het verzoek daarom af en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2021 en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.