Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2021 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, werkzaam als medewerker post en archief, vroeg een WIA-uitkering aan na beëindiging van haar Ziektewet-uitkering. Verweerder weigerde deze uitkering op grond van een medische beoordeling waarin werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmanloon kan verdienen. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de hoorplicht was geschonden en dat zij niet opnieuw was gekeurd.
De rechtbank beoordeelde de medische rapporten van de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) als zorgvuldig en overtuigend. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiseres geschikt is voor andere functies waarmee zij meer dan 65% van haar maatmanloon kan verdienen. De rechtbank vond geen aanleiding om het medisch oordeel te betwijfelen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden, omdat eiseres telefonisch was geïnformeerd en de mogelijkheid had gekregen haar bezwaren mondeling toe te lichten, maar hiervan afzag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.