ECLI:NL:RBDHA:2021:5963
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing strafvorderlijk beslag op cryptovaluta
Op 30 maart 2021 vond een doorzoeking plaats in het kader van een witwasonderzoek waarbij cryptovaluta werden aangetroffen op een telefoon in een woning van een zwager van eiser. De cryptovaluta, waarvan op een wallet de naam van eiser stond, werden in beslag genomen door het Openbaar Ministerie op grond van artikel 94 Sv Pro.
Eiser verzocht om teruggave van de cryptovaluta, maar het OM weigerde dit. Eiser startte een kort geding met de vordering tot opheffing van het beslag en betaling van een voorschot op schadevergoeding. Hij stelde dat het beslag onrechtmatig is omdat hij eigenaar is en er geen verdenking tegen hem bestaat, en dat hij een spoedeisend belang heeft vanwege koersdalingen en gemiste winstkansen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de uitkomst van de beklagprocedure niet kan afwachten, mede omdat het OM bereid is tot overleg over verkoop van de cryptovaluta. De vrees voor koersdalingen en gemiste winst is onvoldoende voor een spoedeisend belang. Ook de gevorderde schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten. Het oordeel over de rechtmatigheid van het beslag dient in de beklagprocedure te worden gegeven.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het strafvorderlijk beslag op cryptovaluta wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.