ECLI:NL:RBDHA:2021:5867
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging
Eiseres, een Braziliaanse nationaliteit houdende vrouw, heeft op 8 oktober 2020 beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 14 september 2020, waarin de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning regulier op basis van gezinshereniging is vastgesteld op 4 augustus 2020.
Eiseres betoogde dat zij rechtmatig eerder verblijf had en dat de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning dienovereenkomstig vastgesteld moest worden, onder meer op grond van het arrest Chavez-Vilchez en de geboortedata van haar Nederlandse kinderen. De staatssecretaris stelde dat de ingangsdatum conform artikel 26 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moest worden vastgesteld op de datum waarop eiseres aantoonde aan de voorwaarden te voldoen, namelijk 4 augustus 2020.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij eerder aan de voorwaarden voldeed en dat er geen wettelijke grondslag bestaat om een eerdere ingangsdatum vast te stellen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de ingangsdatum van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard en de ingangsdatum blijft 4 augustus 2020.