ECLI:NL:RBDHA:2021:5785
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vrijstelling leges en verblijfsvergunning overige humanitaire gronden
Eisers, een gehuwd stel uit Oekraïne, vroegen in 2019 om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'overige humanitaire redenen' en vrijstelling van legesbetaling wegens schrijnende omstandigheden. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat geen leges werden betaald en verweigerde vrijstelling op grond van artikel 3.34a, onder k, VV. Eisers voerden ernstige medische problemen, integratie in Nederland en onmogelijkheid tot terugkeer aan.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het juiste toetsingskader hanteerde en alle omstandigheden in onderlinge samenhang heeft beoordeeld. De medische situatie, hoewel ernstig, rechtvaardigde geen schrijnende situatie omdat passende zorg in Oekraïne beschikbaar is. Ook de integratie en maatschappelijke betrokkenheid werden als onvoldoende onderscheidend gezien. Eisers konden geen bewijs leveren dat zij feitelijk geen toegang tot medische zorg of sociale voorzieningen in Oekraïne hebben.
Verder werd geoordeeld dat verweerder terecht het niet voldoen aan het paspoortvereiste en eerdere strafbare feiten meewoog. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en schending van artikel 8 EVRM Pro faalden. De rechtbank wees het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vrijstelling van leges en verlening van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.