ECLI:NL:RBDHA:2021:5502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoor- en motiveringsplicht bij kennelijk ongegrond bezwaar tegen handhavingsverzoek parkeerbeugels
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag handhavend op te treden tegen de plaatsing van parkeerbeugels op een parkeerterrein dat volgens verweerder geen openbare weg is maar privéterrein van woningcorporatie Staedion. Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar van eiser werd kennelijk ongegrond verklaard zonder dat eiser werd gehoord.
Eiser stelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat hij had moeten worden gehoord, mede omdat het bezwaar goed gemotiveerd was en de bezwaarschriftencommissie het bezwaar al in behandeling had genomen. Verweerder motiveerde in het verweerschrift en tijdens de zitting waarom hij afzag van horen, verwijzend naar eerdere uitleg en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigde dat het parkeerterrein geen openbare weg is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in het bestreden besluit onvoldoende had gemotiveerd waarom hij afzag van horen, maar dat eiser hierdoor niet was benadeeld omdat de motivering alsnog was gegeven in het verweerschrift en op de zitting. De rechtbank bevestigde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat verweerder terecht van horen kon afzien. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg wel vergoeding van griffierecht en forfaitaire verletkosten toegekend vanwege het gebrek in het besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, met vergoeding van griffierecht en verletkosten aan eiser.