ECLI:NL:RBDHA:2021:5465
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Nigeriaan wegens onvoldoende aannemelijkheid persoonlijke problemen met broederschap en gezinsleven
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege vermeende problemen met een broederschap in Nigeria en een beroep op artikel 3 en Pro 8 EVRM. Hij stelde dat hij persoonlijk risico liep bij terugkeer en dat zijn gezinsleven in Nederland bescherming rechtvaardigde.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk betrokken was bij een gedwongen inwijding bij een broederschap of dat hij daardoor problemen had ondervonden. Zijn verklaringen waren tegenstrijdig en oppervlakkig, en hij kon geen concrete details over de broederschap geven. Ook was niet gebleken dat hij of zijn familie in Nigeria in de negatieve belangstelling stonden.
Daarnaast werd het gezinsleven niet erkend omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij de biologische vader was van het kind en daadwerkelijk zorg droeg. De overgelegde documenten en communicatie werden onvoldoende geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.