ECLI:NL:RBDHA:2021:5340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanmaningskosten onterecht in rekening gebracht bij belastingaanslag 2014
Eiser ontving een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2014, waarop op 16 juli 2019 aanmaningskosten van €16 werden opgelegd. Op 23 juli 2019 werd uitstel van betaling verleend. Het bezwaar van eiser tegen de aanmaningskosten werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
De rechtbank stelt vast dat de aanmaningskosten ten onrechte zijn opgelegd omdat uitstel van betaling al was verleend voordat het bezwaar werd ingediend. Verweerder erkende dat het uitstel per abuis niet was verwerkt bij het opleggen van de aanmaningskosten. Daarom vermindert de rechtbank de aanmaningskosten tot nihil en vernietigt de uitspraak op bezwaar.
Daarnaast wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €47 aan eiser te vergoeden. Overige bezwaren van eiser tegen de aanslag kunnen in deze procedure niet worden beoordeeld omdat alleen de beslissing over de aanmaningskosten aan de orde is. Verzoeken om proceskostenvergoeding in andere zaken worden in die zaken zelf behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanmaningskosten worden verminderd tot nihil.