ECLI:NL:RBDHA:2021:5340

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2021
Publicatiedatum
26 mei 2021
Zaaknummer
19_7125
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanmaningskosten onterecht in rekening gebracht bij belastingaanslag 2014

Eiser ontving een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor het jaar 2014, waarop op 16 juli 2019 aanmaningskosten van €16 werden opgelegd. Op 23 juli 2019 werd uitstel van betaling verleend. Het bezwaar van eiser tegen de aanmaningskosten werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

De rechtbank stelt vast dat de aanmaningskosten ten onrechte zijn opgelegd omdat uitstel van betaling al was verleend voordat het bezwaar werd ingediend. Verweerder erkende dat het uitstel per abuis niet was verwerkt bij het opleggen van de aanmaningskosten. Daarom vermindert de rechtbank de aanmaningskosten tot nihil en vernietigt de uitspraak op bezwaar.

Daarnaast wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €47 aan eiser te vergoeden. Overige bezwaren van eiser tegen de aanslag kunnen in deze procedure niet worden beoordeeld omdat alleen de beslissing over de aanmaningskosten aan de orde is. Verzoeken om proceskostenvergoeding in andere zaken worden in die zaken zelf behandeld.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanmaningskosten worden verminderd tot nihil.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 19/7125
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser

en

de ontvanger van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 1 oktober 2019 op het bezwaar van eiser tegen in rekening gebrachte aanmaningskosten.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 mei 2021.
Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A].

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanmaningskosten tot nihil en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.

Overwegingen

1. Aan eiser is een aanslag IB/PVV voor het jaar 2014 opgelegd (de aanslag). Met dagtekening 16 juli 2019 is hij ter zake van deze aanslag aangemaand waarbij een bedrag van € 16,00 aan aanmaningskosten in rekening is gebracht.
2. Met dagtekening 23 juli 2019 is voor de aanslag uitstel van betaling verleend.
3. Het bezwaar tegen de in rekening gebrachte aanmaningskosten is bij de bestreden uitspraak op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.
4. Tussen partijen is niet langer in geschil dat de uitspraak op bezwaar niet in stand kan blijven. Verweerder heeft toegelicht dat in eerste instantie per abuis geen uitstel van betaling is verleend, terwijl eiser reeds op 28 juni 2019 bezwaar heeft gemaakt tegen de aanslag. De rechtbank sluit zich hierbij aan en heeft de in rekening gebrachte aanmaningskosten verminderd tot nihil.
5. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond verklaard.
6. In zijn beroepschrift heeft eiser tevens gronden aangevoerd tegen de aanslag. Deze gronden kunnen in deze procedure niet beoordeeld worden aangezien hier uitsluitend de beslissing van de ontvanger over de aanmaningskosten voorligt.
7. Op de zitting zijn ook andere zaken van eiser behandeld. In die zaken is niet de ontvanger, maar de inspecteur van de belastingdienst verweerder. Eiser heeft verzocht om een proceskostenvergoeding van € 50 voor alle op deze zitting behandelde zaken. Uit het oogpunt van doelmatigheid zal de rechtbank op dit verzoek beslissen in de zaken waarin de inspecteur verweerder is.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302,
2500 EH Den Haag.