ECLI:NL:GHDHA:2022:1282
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake proceskostenvergoeding bij aanmaningskosten belastingaanslag
Belanghebbende ontving een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014 met aanmaningskosten van €16. Het bezwaar tegen deze aanmaningskosten werd door de ontvanger kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende stelde beroep in bij de Rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, de aanmaningskosten tot nihil verminderde en de ontvanger veroordeelde tot vergoeding van het griffierecht.
Tijdens de zitting bij de Rechtbank werden ook andere zaken van belanghebbende behandeld, waarbij proceskostenvergoeding werd gevraagd voor meerdere zaken gezamenlijk. De Rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding in de betreffende zaken zou worden behandeld.
Belanghebbende ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank, met als doel de proceskostenvergoeding veilig te stellen. Het Gerechtshof oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende geen belang meer heeft, nu de proceskostenvergoeding reeds is ontvangen. Tevens bestaat geen rechtsregel die de rechter verplicht om in de eerste uitspraak over een verzoek tot proceskostenvergoeding voor meerdere zaken te beslissen.
Het hoger beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende geen belang meer heeft bij het hoger beroep over de proceskostenvergoeding.