ECLI:NL:RBDHA:2021:5274
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken familierechtelijke relatie
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis bij haar biologische vader, die een asielvergunning heeft. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiseres de familierechtelijke relatie niet met officiële documenten kon aantonen. Eiseres stelde bewijsnood en overhandigde een kerkelijke doopakte als indicatief bewijs, maar verweerder achtte dit onvoldoende.
De rechtbank overwoog dat volgens de vaste gedragslijn en de Vreemdelingencirculaire de identiteit en familierechtelijke relatie met officiële documenten moeten worden aangetoond, tenzij sprake is van bewijsnood. Eiseres gaf geen plausibele verklaring waarom zij geen officiële documenten kon overleggen, ondanks dat zij niet meer in Eritrea verblijft. De kerkelijke doopakte werd niet als substantieel indicatief bewijs erkend vanwege het ontbreken van officiële status en echtheidscontrole.
Verweerder hoefde geen nader onderzoek te verrichten omdat onvoldoende indicatief bewijs was geleverd. Ook was het niet onjuist dat verweerder afzag van het horen van de referent, aangezien het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis wordt ongegrond verklaard.