Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De eiser werd op 23 maart 2021 geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico op het onttrekken aan toezicht. De eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
Tijdens de zitting op 6 april 2021, waarin eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was, erkende eiser zelf dat hij ten onrechte was aangehouden. De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke aanhouding niet in deze bestuursrechtelijke procedure getoetst kan worden. De rechtbank stelde vast dat de feitelijke gronden voor de maatregel niet betwist werden en dat de zware gronden, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen in Nederland en het onttrekken aan toezicht, voldoende waren voor het opleggen van de maatregel.
Gelet op deze feiten verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.