Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2021 in de zaken tussen
[eiser] , te Voorburg, eiser I (SGR 19/6023),
[eiser II 8] , [eiser II 9] , [eiser II 10] , [eiser II 11]en
[eiser II 12], allen te [woonplaats] , tezamen eisers II (SGR 19/6022)
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
eiser 1hebben als derde-partij aan het geding in de zaak SGR 19/6023 respectievelijk SGR 19/6022 deelgenomen.
Procesverloop
Overwegingen
De afstand van de boom naar de muur op 1.30m is 0.40m vanaf het hart van de boom en 0.20m vanaf de stam. De stamvoet is niet gemeten, de wortels drukken tegen de afvoerpijp aan.”
Beslissing
- verklaart het beroep van eiser I ongegrond;
- verklaart het beroep van eisers II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat betrekking heeft op het verlenen van de omgevingsvergunning voor het vellen van de tweestammige boom;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 174,- aan eisers II te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers II tot een bedrag van in totaal € 1.260,-.