ECLI:NL:RBDHA:2021:4795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning familieleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, van Congolese nationaliteit en vader van vier in Nederland wonende kinderen, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier met als doel familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. Deze aanvraag werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot heroverweging van een eerder negatief besluit uit 2015.
Eiser voerde aan dat er nieuwe feiten waren, waaronder gewijzigde jurisprudentie omtrent artikel 20 VWEU Pro (arrest Chavez-Vilchez), intensivering van het familieleven door kleinkinderen, en zijn persoonlijke omstandigheden zoals gezondheid en leeftijd. Verweerder stelde dat deze omstandigheden inherent waren aan het voortgezet verblijf en niet als novum konden gelden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had gemotiveerd dat er geen nieuwe feiten waren en dat het beroep op het arrest Chavez-Vilchez niet relevant was voor de beoordeling van het familieleven onder artikel 8 EVRM Pro. Ook was er geen schending van de hoorplicht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan binnen vier weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning op grond van familieleven wordt ongegrond verklaard.