ECLI:NL:RBDHA:2021:4632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv ondanks erkend familieleven
Eiser, een Libische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning als echtgenoot van een Nederlandse partner. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder stelde dat het mvv-vereiste niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat het familieleven niet voldoende was aangetoond en de afwijzing een geoorloofde inmenging betreft.
Eiser betoogde dat het huwelijk inmiddels was geregistreerd en dat terugkeer naar Libië of een ander land om een mvv aan te vragen onredelijk en onveilig is vanwege de burgeroorlog en het ontbreken van een Nederlandse ambassade. Verweerder erkende het familieleven en nam dit mee in de belangenafweging, maar concludeerde dat het familieleven ook in Libië kan worden uitgeoefend en dat er geen persoonlijke belemmeringen zijn aangetoond.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken en dat de belangenafweging een eerlijke balans vormde tussen het belang van eiser en het Nederlandse toelatingsbeleid. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat het ontbreken van een geldige mvv rechtmatig was en het mvv-vereiste niet leidde tot onbillijke hardheid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens ontbreken van een geldige mvv wordt ongegrond verklaard.