Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2021 in de zaak tussen
drs. [eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum en S. Bakker).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft drie beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op zijn bezwaarschriften inzake afwijzing van aanvragen bijzondere bijstand voor reiskosten en griffierecht. De verweerder had de bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Na een tussenuitspraak waarbij eiser gelegenheid kreeg om beroepsgronden in te dienen, heeft eiser dit gedaan, maar is niet verschenen bij de zitting.
De rechtbank stelt vast dat verweerder reële besluiten op bezwaar heeft genomen, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang. Verweerder stelde dat eiser misbruik van recht maakt, onderbouwd met een eerder opgelegd contactverbod en dwangsombepalingen vanwege overtredingen daarvan.
De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om van misbruik van recht af te zien. Dit leidt tot niet-ontvankelijkheid van de beroepen. De rechtbank komt hiermee terug op een eerdere tussenuitspraak waarin eiser nog werd ontvangen. De beroepsgronden worden niet inhoudelijk beoordeeld en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van eiser worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.