Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2021 in de zaak tussen
Tandartsenpraktijk [eiser 1] B.V., en drs. [eiser 2] , te [vestigingsplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
19 juni 2020 namens eisers een bezwaarschrift heeft ingediend gericht tegen het primaire besluit en dat bij het bezwaarschrift geen machtiging is gevoegd. Op 6 juli 2020 heeft verweerder per e-mailbericht een ontvangstbevestiging van het bezwaarschrift verstuurd naar Wilkens . Verweerder heeft daarbij tevens als bijlage een brief bijgevoegd. In deze brief staat vermeld dat Wilkens binnen twee weken na dagtekening van de brief een ondertekende machtiging dient op te sturen naar verweerder. Indien Wilkens niet, of niet tijdig, reageert kan de commissie het bezwaarschrift niet in behandeling nemen. Het bezwaarschrift wordt dan afgedaan zonder dat Wilkens nog gelegenheid krijgt voor een mondelinge toelichting en zonder dat de bezwaren inhoudelijk worden behandeld. Vervolgens heeft mr. M. Smaling , kantoorgenoot van Wilkens , (hierna: Smaling ) per e-mailbericht van 13 juli 2020 namens kantoorgenoot Wilkens gereageerd op het verzoek van verweerder om een machtiging te overleggen. Gebleken is echter dat Smaling voornoemd e-mailbericht met daarin de gevraagde machtiging abusievelijk niet naar het e-mailadres van verweerder maar naar het e-mailadres van eiser [eiser 2] heeft verstuurd. Zodoende heeft die machtiging verweerder niet bereikt. Verweerder heeft vervolgens op 13 oktober 2020 het bestreden besluit genomen.
[eiser 2] . Vervolgens heeft verweerder enkele maanden later, bij besluit van
13 oktober 2020, het bestreden besluit genomen.
Beslissing
mr. L. Lemmen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 april 2021.