Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.VOORAF
2.DE TENLASTELEGGING
3.RECHTSMACHT
4.DE VASTSTELLING VAN DE FEITEN
nusairien
rafida. Aan het Assad regime werd vaak gerefereerd als Alawieten. [13]
the sound of the bullet – jihad on the path of God’. [16] In de zomer van 2016 waren er binnen Ahrar al-Sham twee ideologische stromingen, een gematigde stroming onder leiding van onder meer Abu Azzam al-Ansari en Abu Ezzeddine, en een stroming die de militaire banden met Jabhat al-Nusra aanhaalde. [17]
‘[naam YouTube gebruiker 1]’. De titel van de video is
‘Ahrar Al-Sham - Liwa Al-Adiyat - slag om de Al-Ghab vlakte (Sahl Al-Ghab). Liwa al Adiyat is volgens het Institute for the Study of War een brigade die actief is in Hama en Latakia. De video betreft een compilatie van verschillende aan elkaar gemonteerde beelden, waarop het volgende is te zien. In de eerste seconde is een schermvullend logo te zien, dat verder in kleiner formaat in de rechterbovenhoek te zien is. Dit is het logo van Ahrar al-Sham met daaronder de toevoeging
‘Liwa al Adiyat’. Vanaf minuut 2:01 bestaat het beeld uit groene en zwarte tinten en zijn acht of meer gewapende mannen in beeld. [21] Deze mannen vieren de overwinning op de op de grond liggende overleden personen.
‘de [functie] van Liwa’al-‘Aadiyat in de beweging Ahrar al-Sham’[naam B], gewond is geraakt bij de slag om Sahl al-Ghab. Uit een video van de televisiezender al-Jazeera die is geüpload op 27 april 2015, blijkt dat de plaats al-Ziyara, gelegen in het betreffende gebied, is veroverd op het regime. [24]
‘[naam G] [naam F][naam C]’heeft geleid naar een tweet van 26 september 2015 die was gepost door het Twitter-account
[naam Twitter-account 1]. De tweet bestond uit een foto met daarop drie grafstenen en de tekst:
‘[naam G] [naam F]. [naam E] [naam C] Moge Allah jullie genadig zijn en jullie in Zijn wijde paradijzen opnemen’. De tekst op de grafstenen verwees bij alle drie naar een martelaarsdood op 9 september 2014. De namen van deze drie personen komen overeen met de tweet en met de namen van respectievelijk de neef, broer en neef van de verdachte.
‘dierbare broer’noemt.
‘[naam Twitter-account 2]’:
‘Groeten van al-Qassam brigades aan Harkat Ahrar al-Sham al-Islamiyya’. Een andere tweet luidde:
‘Ahrar al-Sham bataljons, [naam F], Moge Allah hem en de martelaren accepteren’.
‘De martelaar [naam D], datum martelaarsdood 6-10-2011’. De man op de foto werd door [naam Twitter-account 1]
‘dierbare’genoemd. [29]
‘De broeders en ik, [naam I], [naam J], en [naam K] moge Allah hem genezen’.
‘[naam J] en [naam I] moge Allah jullie beschermen’. Bij de tweede foto staat het bijschrift
‘De leukste neef moge Allah jou beschermen’. Op de tweede foto heeft een profiel met de naam
‘[naam Facebook-account 3]’gereageerd, op welk profiel eveneens foto’s werden aangetroffen waarop de verbalisant de verdachte herkende. Bij een derde foto op dit profiel staat het bijschrift
‘De dierbare #[naam I]. Ik zweer op Allah dat ik je erg mis’.
‘martelaar [naam K]’stuitte de politie op een Facebook-profiel met daarop een foto met daarop [naam K], met het bijschrift
‘Mijn broer de martelaar [naam K]’. Eveneens was op dit profiel een video te vinden waarop verschillende foto’s als een soort slideshow voorbij komen, welke video op 22 mei 2017 is geplaatst. Op vrijwel alle foto’s wordt [naam K] herkend. Op een van de foto’s met daarop twee mannen worden [naam K] (die een wapen bij zich draagt) en de verdachte herkend (figuur 4, p. 569). In de video is ook een foto te zien van een vlag met daarop het logo van Ahrar Al-Sham (figuur 5, p. 570).
‘[naam Facebook-account 4]’. [34]
‘Onze dierbare beweging en haar nieuwe leiders’werden genoemd. Verder heeft het account tweets gepost waarin een documentaire over de leiders van Ahrar al-Sham werd genoemd. Daarbij werd onder meer de naam Abu Yahya al-Hamwi, de persoon die volgens Reuters in september 2015 werd gekozen als leider van Ahrar al-Sham, genoemd. Ook heeft het account meermalen gevraagd om het tonen van voornoemde documentaire.
‘Liwa al-Adiyat’genoemd, te weten het bataljon van Ahrar al-Sham dat tevens voorkomt in de titel van video 1.
‘[naam L]’en
‘Liwa al-Adiyat’is de politie gestuit op een Twitter-account met de naam
‘[naam Twitter-account 4]’, met in de Twitter-bio de aanduiding
‘de commandant van Liwa al-Adiyat’. Op die pagina stond een achtergrondfoto waarop de middelste persoon werd herkend als [naam E], de broer van de verdachte.
‘Jaysh al-Fatah’wordt genoemd, wat een losse alliantie van gewapende rebellengroepen in Syrië zou zijn. Volgens een Amerikaanse denktank bestaat Jaysh al-Fatah uit een aantal groeperingen, waaronder Ahrar al-Sham en Jabhat al-Nusra. Het account refereert in positieve bewoordingen aan Jaysh al-Fatah. [35]
‘[naam Twitter-account 6]’. Op 21 februari 2016 was daarop een screenshot geplaatst van een foto die door het Instagram-account
‘[naam Instagram-account 1]op Instagram was geplaatst (figuur 1, p. 578). De verbalisant herkende daarop de verdachte. Op dat Instagram-account was dezelfde foto te zien. Op de profielfoto van het Instagram-account stonden twee mannen (figuur 3, p. 579). De man rechts op de foto herkende de verbalisant als [naam E], de overleden broer van de verdachte, ook wel bekend onder de bijnaam
‘[naam F]. De man links op de foto herkende de verbalisant als Zahran Alloush, de voormalig leider van Jaysh al-Islam, die zou zijn omgekomen bij een luchtaanval toen Alloush een vergadering had met leden van Ahrar al-Sham. Volgens een Amerikaanse denktank is Jaysh al-lslam (Leger van de Islam) een Syrische oppositiegroep die als doel heeft het afzetten van het Assad-regime.
‘De dierbare #[naam I]. Ik zweer op Allah dat ik je erg mis’. Onder de op Instagram geplaatste foto reageerde ene ‘‘[naam Instagram-account 3]’.
‘[naam S]’genoemd. Na een zoekslag op Twitter op laatstgenoemde naam, trof de verbalisant een tweet met een foto (figuur 10) aan, waarop die [naam S] staat afgebeeld met een wapen en wordt omringd door overledenen die bebloed op de grond liggen. Bij de foto staat de tekst:
‘[naam Instagram-account 1]’en
‘[naam Instagram-account 2]’elkaar over en weer volgen op Instagram. Op het account
‘[naam Instagram-account 2]’was op 27 augustus 2015 een foto geplaatst met vier personen bij een motorfiets. Daarop heeft de verbalisant de verdachte herkend (als de derde man van links). De persoon helemaal links op de foto heeft de verbalisant herkend als een persoon die hij in het onderzoek (figuur 3, p. 561) op een andere foto had gezien (zie figuur 19, derde man van rechts, p. 590). Zoals uit eerder onderzoek blijkt, staat deze persoon een aantal keer met de verdachte op de foto en wordt hij
‘[naam J]’genoemd. Deze persoon is bovendien te zien op de profielfoto van het Instagram-account
‘[naam Instagram-account 2]’(figuur 20, p. 591). Op die profielfoto is hij afgebeeld met achter hem een vlag van Ahrar al-Sham. Het logo op de vlag werd gebruikt van eind 2012 tot begin 2016 (figuur 21, p. 591).
‘[naam I]’trof de verbalisant op het Facebook-profiel van
‘[naam Facebook-account 6]’een foto van een man met een kind, welke foto op 27 december 2015 op dat profiel was geplaatst (figuur 22, p. 592). Het bericht bij de foto luidt:
‘[naam I] met [naam N], de zoon van martelaar [naam O], moge Allah hem accepteren’. De verbalisant heeft de man op de foto herkend als de verdachte.
(rechtbank: dit is dezelfde foto als de hiervoor genoemde figuur 9 op p. 574, waarop de verdachte zichzelf heeft herkend).
‘[naam Facebook-account 5]’de naam [naam I] noemt. Op de profielfoto (figuur 27, p. 596) van dat profiel heeft de verbalisant [naam J] herkend. Op dit Facebook-profiel was op 15 april 2020 een foto geplaatst met personen met bivakmutsen in camouflagekleding (figuur 28, p. 597). Zij droegen een vlag met het logo van Ahrar al-Sham. Tevens zijn op dit Facebook-profiel meerdere foto’s te vinden van gevechtsvoertuigen, tanks en personen in camouflagepakken die in de laadbak van pick-ups zitten. Op één van de foto’s was een vlag aan een vlaggenmast te zien met daarop het logo van Ahrar al-Sham. [36]
- een wratachtige moedervlek onder de rechter neusvleugel;
- een egale moedervlek aan de rechterkant van het voorhoofd;
- een kruin of litteken in de haargrens.
- een foto van de verdachte uit de strafrechtketendatabank (hierna: SKDB) van 22 oktober 2019 (figuur 1 / referentiefoto 1, p. 2);
- een foto van de verdachte afkomstig uit Duitsland uit het ‘Bewijs van inschrijving als asielzoeker’, die is gemaakt in december 2015 (figuur 3 / referentiefoto 2, p. 4).
(rechtbank: een bewerking van figuur 1)zijn de wratachtige moedervlek onder de rechter neusvleugel (in rood) en de moedervlek op de rechterkant van het voorhoofd (in blauw) weergegeven. De wratachtige moedervlek ligt, vergeleken met de moedervlek op het voorhoofd, iets meer naar het midden van het gezicht. Als een lijn wordt getrokken tussen beide moedervlekken, loopt deze lijn enigszins schuin naar het midden van het gezicht.
(rechtbank: een bewerking van referentiefoto 2)is de kruin/het litteken oranje gemarkeerd. Tijdens het verhoor van 28 en 29 oktober 2020 zag de verbalisant bij de verdachte hetzelfde Y-vormige litteken dat op referentiefoto 2 is te zien.
(rechtbank: dit is dezelfde foto als de hiervoor genoemde foto die op 7 maart 2016 op het Instagram-account ‘[naam Instagram-account 1]’ was geplaatst (figuur 6, p. 581), op welke foto de verdachte zichzelf ter terechtzitting heeft herkend). Daarop zag de verbalisant een man met dezelfde uiterlijke kenmerken als de verdachte, maar in spiegelbeeld vanwege het selfie-camerastandpunt. Op figuur 6 (p. 8)
(rechtbank: een bewerking van figuur 5)is te zien dat de man onder zijn rechter neusvleugel een wratachtige moedervlek heeft (in rood) en dat de man op de rechterkant van zijn voorhoofd een moedervlek heeft (in blauw). Als een lijn wordt getrokken tussen beide moedervlekken, loopt deze lijn enigszins schuin naar het midden van het gezicht. Ook heeft de man bij zijn haargrens een kruin of litteken (in oranje).
‘[naam Twitter-account 5]’. Aan dit Twitter-account is het telefoonnummer [telefoonnummer] gekoppeld.
‘[naam Facebook-account 6]’is op 23 april 2017 een foto geplaatst waarop vier gewapende mannen in camouflagekleding staan afgebeeld (figuur 13, p. 15)
(rechtbank: deze foto is hetzelfde als de hiervoor genoemde foto, figuur 9 op p. 574). Tijdens zijn verhoor heeft de verdachte bekend dat hij de tweede man van rechts is. Deze man heeft een automatisch vuurwapen en draagt camouflagekleding en een ‘ops vest’. [39]
‘[naam Facebook-account 5]’is op 16 december 2020 foto 1 geplaatst. De man op deze foto vertoont volgens de politie dezelfde uiterlijke kenmerken als de verdachte. Die foto is vergeleken met foto’s van de verdachte. Bij die vergelijking is gekeken naar:
- een moedervlek onder de rechter neusvleugel;
- een moedervlek op het voorhoofd;
- een litteken ter hoogte van zijn haargrens.
- een foto van de verdachte uit de SKDB van 22 oktober 2019;
- een foto van de verdachte afkomstig uit Duitsland uit het ‘Bewijs van inschrijving als asielzoeker’, die is gemaakt in december 2015.
‘[naam I]’genoemd. In vrijwel alle reacties onder de foto wordt aan Allah gevraagd om
‘het gevangenschap’van hem
‘te beëindigen’. De rechtbank constateert dat de verdachte in Nederland was gedetineerd op het moment van plaatsing van deze foto.
(rechtbank: deze foto was ook geplaatst op het Facebook-profiel van ‘[naam Facebook-account 6]’, zie de hiervoor genoemde figuur 13, p. 15). Op Facebook werden in elf reacties onder deze foto
‘[naam I]’genoemd. In vrijwel alle reacties onder de foto wordt aan Allah gevraagd om
‘het gevangenschap’van hem
‘te beëindigen’. Zoals hiervoor al vastgesteld, was de verdachte gedetineerd in Nederland op het moment van plaatsing van deze foto. [40]
‘Ahrar al-Sham bataljons’. Dit logo werd ook meermalen getweet door dit account, onder meer ook meerdere keren met een vuurwapen op de achtergrond.
‘De brigades zullen terugkeren, als God het wil (Ahrar al-Sham brigades)’. Op de achtergrond van deze pagina stond een foto waarin een deel van het Liwa al-Adiyat-logo wordt gebruikt, hetzelfde logo als is te zien in video 1. Na een zoekslag op het internet op de naam [naam M] werd een tweet aangetroffen met een foto van een overleden man die lijkt op [naam M]. In het bijschrift bij die tweet wordt genoemd dat de [functie] van
‘#AhrarAlSham’s#LiwaAlAdiyat’is omgekomen in Latakia. In tweets refereert [naam Twitter-account 5] in positieve bewoordingen (goedhartige en moedjahidien) aan deze [naam M].
‘Hama sector’zou zijn. In een artikel wordt gesteld dat hij is gedood door de groepering Jund al-Aqsa, een strijdgroep die voornamelijk actief is in Hama en Idlib. In enkele tweets refereert [naam Twitter-account 5] aan Jund al-Aqsa en probeert hen angst in te boezemen. [41]
‘[naam YouTube kanaal 1]’– een kanaal waarop verschillende video’s te zien zijn van de slag om de Al-Ghab vlakte – een YouTube-video aan, getiteld:
‘Suqour Al-Jabal Brigade (tolk: Berg Haviken Brigade) arresteert een soldaat van de huurlingen van het regime in de regio van Al-Ghab vlakte’. De video was geüpload op 30 april 2015.
‘in Mashik’.
- In beide video’s wordt gerefereerd aan de
- In beide video’s wordt gerefereerd aan de plaats Al Ziyarah. In video 2 zou de persoon die is gevangengenomen volgens persoon A zijn gevlucht na de
- In beide video’s wordt gerefereerd aan het plaatsje Mashik. In video 2 wordt het genoemd door de gevangene als de plaats waar hij diende. In video 1 wordt het genoemd als de plaats waar de zeven gedode personen vlakbij werden gearresteerd:
‘Liwa Suqour al Jabal’wordt genoemd. Volgens het project
‘Militant Leadership Monitor’van The Jamestown Foundation is dit een prominente Syrische gewapende oppositiegroep die vecht tegen de overheid van al-Assad en zijn medestanders en de Islamitische Staat. Volgens de nieuwsorganisatie Radio Free Europe/Radio Liberty schaart Liwa Suqour al Jabal zichzelf onder de paraplu van het Vrije Syrische Leger. In een video van 23 april 2015 wordt door de commandanten van Ahrar al Sham en Liwa Suqour al Jabal de strijd om de Al-Ghab vlakte aangekondigd.
(rechtbank: de rechter foto in figuur 7 is een uitsnede van de foto op p. 574 zoals die hiervoor meermalen is genoemd, waarop – zoals eerder genoemd – de verdachte zichzelf heeft herkend).
Shabihavan Assad en honden. Ook wordt gezegd dat het gaat om Alawieten. Door meerdere van die gewapende personen wordt tegen de overledenen geschopt, er wordt op een lichaam gespuugd en één persoon plaatst zijn voet op een lichaam van een overledene. Door de gewapende mannen wordt onder meer in de richting van de camera gesproken. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit de beelden een nauwe en bewuste samenwerking tussen de personen worden afgeleid aangezien zij – naast elkaar staande – gezamenlijk op voormelde wijze de overwinning vieren.
‘[naam G] [naam F]. [naam E] [naam C] Moge Allah jullie genadig zijn en jullie in Zijn wijde paradijzen opnemen’. Deze tekst verwijst naar de martelaarsdood op 9 september 2014 van twee neven en een broer van de verdachte.
‘[naam F]’. Verder zijn op dit account meerdere foto’s in relatie tot Ahrar al-Sham te zien, onder meer foto’s waarop de verdachte is herkend. Op een op 8 maart 2016 geplaatste foto is de verdachte herkend. Deze foto is ook door het Facebook-profiel [naam Facebook-account 3] geplaatst, met het bijschrift
‘De dierbare #[naam I]. Ik zweer op Allah dat ik je erg mis’.
‘De dierbare #[naam I] (…)’is geplaatst. Op dat Facebook-profiel is ook een foto geplaatst van een man met een kind, waarbij de man is herkend als de verdachte. Het bericht luidt:
‘[naam I] met [naam N], de zoon van martelaar [naam O], moge Allah hem accepteren’.
‘De broeders en ik, [naam I], [naam J], en [naam K] moge Allah hem genezen’.
‘De dierbare #[naam I]. Ik zweer op Allah dat ik je erg mis’. Deze foto is ook terug te vinden op het instagram-account [naam Instagram-account 1].
‘[naam I]’is genoemd en dat aan Allah wordt gevraagd om
‘het gevangenschap’van hem
‘te beëindigen’.Vaststaat dat de verdachte op dat moment in Nederland was gedetineerd. Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat met [naam I] de verdachte wordt bedoeld.
5.PLEGEN VAN OORLOGSMISDRIJVEN
‘not of an international character’. [46] Die laatste worden doorgaans niet-internationale gewapende conflicten genoemd. In de zaak Tadić is door het International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (hierna: het ICTY) een algemeen geaccepteerde definitie gegeven van gewapend conflict:
protracted armed violence’, en daarnaast moet(en) de betrokken gewapende groep(en) voldoende georganiseerd zijn [50] . Deze criteria zijn in deze en latere jurisprudentie verder uitgewerkt. De criteria onderscheiden situaties van niet-internationale gewapende conflicten van situaties van bijvoorbeeld interne onrust en rellen.
protracted armed violence’eerder wordt gedoeld op de intensiteit dan op de duur van het conflict. Ook werden in die zaak de relevante factoren opgesomd waarmee op objectieve wijze de intensiteit van het gewapende geweld kan worden getoetst:
serious humiliation’ gesproken over ‘
severe humiliation’.
the crimes were closely related to the hostilities occuring in other parts of the territories controlled by the parties of the conflict’. [84] Hier werd in een latere zaak echter aan toegevoegd dat het van wezenlijk belang is dat het bestaan van een geografische of temporele link wordt vastgesteld tussen de ten laste gelegde misdrijven en het gewapende conflict. [85]
‘a policy or of a practice officially endorsed or tolerated by one of the parties to the conflict, or that the act be in actual furtherance of a policy associated with the conduct of war or in the actual interest of a party to the conflict’.
in furtherance or under the guise of the armed conflict’:
under the guise of the armed conflict’. Overwogen werd als volgt:
protracted armed violence.Er waren veelvuldig grootschalige militaire operaties tussen de betrokkenen, waarbij gebruik werd gemaakt van militaire wapens en voertuigen als tanks en artillerie. Het aantal dodelijke slachtoffers stond eind 2015 op meer dan 250.000 personen en 4,3 miljoen personen zijn Syrië en Irak ontvlucht. Een zeer aanzienlijk aantal personen heeft humanitaire hulp nodig en diverse steden en dorpen in Syrië en Irak zijn vernield. Ook werd er onderhandeld over een vredesplan en was de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties betrokken. Daarmee is voldaan aan het vereiste van een zekere mate van intensiteit van het conflict. Het geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting om bij de beoordeling van de intensiteit van het conflict enkel te kijken naar de mate van
protracted armed violencetussen de regeringstroepen en de groepering waarvan de verdachte lid is geweest.
dit is het einde van de honden’, ‘
hier liggen de lichamen van doden van al-Assad’, ‘
hier zijn de lichamen van de Al-Shabiha’, ‘
ze werden (…) gedood’ en ‘
zij zijn zeven (…) karkassen’.
honden’ en ‘
karkassen van al-Assad’ en een van hen wordt bespuugd, . Daarnaast worden er liederen boven hen gezongen, wordt er tegen een van de lichamen geschopt en wordt er een voet op geplaatst. Naar het oordeel van de rechtbank wordt hiermee uitgedrukt dat het lichaam van de overledene als trofee moet worden gezien en dat de overwinnaar superieur is ten opzichte van de overledene. Dit kan zonder meer worden gezien als vernederend en onterend. In eerdere jurisprudentie van deze rechtbank is bovendien reeds vastgesteld dat – zeker gelet op de betekenis ervan in de Islamitische cultuur – het plaatsen van een voet op een overleden persoon vernederend en onterend is. [93] Al deze gedragingen zijn vervolgens gefilmd en deze film is verspreid via een openbaar YouTube-kanaal waarmee de vernedering en ontering is voortgezet, doordat een groot publiek hier kennis van kon nemen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze vernederende en onterende gedragingen – zeker in onderlinge samenhang bezien – van zodanige aard dat kan worden gesproken van een aanranding van de persoonlijke waardigheid.
wenselijkheidvan het bestaan van dergelijk gewoonterecht naar voren gebracht. Dat is op zichzelf echter niet voldoende om te kunnen stellen dat het gebod op bescherming tegen publieke nieuwsgierigheid ook daadwerkelijk gewoonterecht
is. Dit maakt dat de rechtbank – wil zij tot een bewezenverklaring van dit feit komen – zelfstandig dient vast te stellen dat sprake is van opinio juris en statenpraktijk op dit vlak. De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om een dergelijke vaststelling te kunnen doen. Uit open bronnen is de rechtbank gebleken dat veel staten weliswaar een gebod op bescherming tegen publieke nieuwsgierigheid kennen, maar hierbij wordt vaak nadrukkelijk gesproken over
krijgsgevangenen, een term die duidt op gevangen tegenstanders in
internationalegewapende conflicten. In de krijgshandleidingen van slechts negen staten wordt gebruik gemaakt van de algemenere term ‘
gevangene’. Dit is voor de rechtbank onvoldoende om te kunnen concluderen dat sprake is van opinio juris en statenpraktijk dat het gebod op bescherming tegen publieke nieuwsgierigheid ook in niet-internationale gewapende conflicten valt onder het gebod op menslievende behandeling. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het bij dagvaarding II onder 1 ten laste gelegde feit.
Shabihagenoemd, een term die gebruikt wordt voor milities die strijden voor het regime van Assad. De overledenen behoorden derhalve tot de tegenpartij van Ahrar Al-Sham, waartoe de verdachte als strijder behoorde. De aanranding van de persoonlijke waardigheid van de overleden tegenstanders draagt bij aan het etaleren van de overwinning. Hiermee is sprake van een nexus tussen de gedragingen van de verdachte en het conflict in Syrië.
6.DEELNAME AAN EEN TERRORISTISCHE ORGANISATIE
nusairien
rafidagenoemd. De organisatie is betrokken geweest bij het doden van Alawitische burgers en de belegering van sjiitische enclaves. Aan het Assad-regime wordt vaak gerefereerd als Alawieten. Hieruit blijkt dat de strijd tegen het Assad-regime niet uitsluitend is gelegen in politieke afwegingen, maar ook een religieuze strijd is. Ahrar al-Sham tracht – blijkens de in hoofdstuk 4 weergegeven feitelijkheden – al deze doelen te verwezenlijken door middel van meerdere van de in artikel 83a van het WvSr genoemde terroristische misdrijven, waaronder moord, doodslag en het plegen van aanslagen, ten dele gericht tegen de burgerbevolking.
nationale (rechtbank: de Nederlandse)veiligheid. Dat criterium leidt ertoe dat Ahrar al-Sham niet op deze lijst kan worden geplaatst, aangezien er geen aanwijzingen zijn dat deze organisatie in of vanuit Nederland (een poging tot) terroristische activiteiten ontplooit of betrokken is bij het faciliteren daarvan, dan wel een reële gewelddadige
internationaleagenda heeft. Het al dan niet geplaatst zijn op een sanctielijst terrorisme staat dus los van de vraag die door de rechtbank wordt beantwoord.
‘Ja drie Alawieten’.
7.DE STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE EN DE STRAFOPLEGGING
8.DE TOEPASSELIJKE WETSARTIKELEN
9.DE BESLISSING
6 (ZES) JAREN;