ECLI:NL:RBDHA:2021:3747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot dwangakkoord vanwege onzekerheid over verjaring schulden
Verzoekster diende een verzoek in tot dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet, met een schuldregeling die een beperkte uitkering aan preferente en concurrente schuldeisers voorstelde. Hoewel verzoekster maximale inspanningen leverde om inkomsten te vergaren en sparen voor schuldeisers, werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank constateerde dat een groot deel van de schulden ouder is dan vijf jaar en mogelijk verjaard, zonder dat is onderzocht of de verjaring door schuldeisers is gestuit. Hierdoor staat de hoogte van de schuldenlast niet vast, waardoor niet kan worden aangenomen dat het aangeboden akkoord het maximaal haalbare is.
Verweersters, waaronder Gemeente Leiden en [X], wezen het aanbod af vanwege onder meer fraudevordering, onvoldoende onderbouwing en twijfel over de goede trouw van verzoekster. De rechtbank overwoog dat schuldeisers slechts onder bijzondere omstandigheden kunnen worden gedwongen in te stemmen met een schuldregeling.
Gelet op de onzekerheid over de afdwingbaarheid van de schulden en de belangenafweging tussen schuldeisers, concludeerde de rechtbank dat de weigering van verweersters redelijk was. Het verzoek tot dwangakkoord werd daarom afgewezen, terwijl het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door verzoekster werd gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen vanwege onzekerheid over de verjaring van schulden en de daarmee gepaard gaande onduidelijkheid over het maximaal haalbare akkoord.