Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2021 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij het bezwaar tegen het primaire besluit van 24 juni 2020 ongegrond is verklaard;
- verklaart het bezwaar tegen het primaire besluit van 24 juni 2020 gegrond;
- herroept het primaire besluit van 24 juni 2020;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bepaalt dat het bestreden besluit voor het overige in stand blijft;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van eisers schade ter hoogte van € 375,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.136,-.