ECLI:NL:RBDHA:2021:3402
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke oplegging educatieve maatregel na verkeersovertredingen motorfiets
Eiser kreeg van het CBR een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) opgelegd vanwege diverse verkeersovertredingen met zijn motorfiets, waaronder te hard rijden, het maken van wheelies en inhalen tussen twee auto's door op een openbare weg. De overtredingen werden vastgesteld door een verbalisant buiten diensttijd en bevestigd door een collega die eiser staande hield en zijn rijbewijs invorderde.
Eiser betwistte de overtredingen en voerde aan dat de verbalisant niet in functie was en dat er geen officiële snelheidsmeting had plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder mocht uitgaan van het proces-verbaal en dat eiser onvoldoende tegenbewijs had geleverd om aan te tonen dat de overtredingen niet hadden plaatsgevonden.
De rechtbank benadrukte dat het opleggen van de EMG een bestuursrechtelijke maatregel betreft, losstaand van strafrechtelijke sancties zoals boetes of rijbewijsinvordering. Gelet op het dwingendrechtelijke karakter van de wettelijke bepalingen was het CBR verplicht de maatregel op te leggen bij het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de oplegging van de educatieve maatregel gedrag en verkeer is ongegrond verklaard.