ECLI:NL:RBDHA:2021:3233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid slachtofferstatus
Eiser diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven, welke aanvankelijk werd afgewezen omdat niet aannemelijk was dat hij slachtoffer was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Na afwijzing van bezwaar en beroep werd het besluit onherroepelijk. Eiser vroeg vervolgens herziening op basis van nieuwe informatie, waaronder een aangifte bij de politie en krantenartikelen.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de aangifte als nieuw feit moet worden beschouwd, de inhoud ervan onvoldoende aanwijzingen bevat voor onvrijwillig seksueel contact of een geweldsaspect. Tegenstrijdigheden in verklaringen en het ontbreken van objectieve, controleerbare informatie maken het niet aannemelijk dat eiser slachtoffer is geworden van een zedenmisdrijf. Ook de krantenartikelen over een veroordeling van de verdachte in een andere zaak zijn niet relevant.
De rechtbank volgt het standpunt van verweerder dat de aanvraag terecht is afgewezen. Er zijn geen objectieve aanwijzingen voor lichamelijk of psychisch geweld en geen aannemelijke machtspositie van de verdachte ten opzichte van eiser. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herhaalde aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven bevestigd.