ECLI:NL:RBDHA:2021:2933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning nareis meerderjarige zoon wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiser, een Syrische man van 27 jaar, verzocht om een verblijfsvergunning nareis als meerderjarige zoon van zijn moeder, die een verblijfsvergunning asiel bezit. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestond tussen eiser en zijn moeder. De rechtbank stelde vast dat eiser op het peilmoment ruim boven de leeftijdsgrens van 25 jaar viel en daarmee niet onder het jongvolwassenbeleid viel.
Eiser voerde aan dat hij financieel afhankelijk was van zijn moeder en dat zijn leefomstandigheden in Beiroet, mede door de explosie en corona, zijn afhankelijkheid versterkten. Verweerder stelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij altijd financieel afhankelijk was geweest en dat de moeder beperkte financiële middelen had. De rechtbank vond dat verweerder zijn standpunt voldoende had gemotiveerd en dat eiser dit niet had onderbouwd.
Verder stelde eiser dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat hij niet was uitgenodigd voor een interview. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van een interview had afgezien omdat in het bestreden besluit de gezinsband was aangenomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag verblijfsvergunning nareis wordt afgewezen wegens ontbreken van meer dan gebruikelijke afhankelijkheid.