ECLI:NL:RBDHA:2021:2684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering machtiging voorlopig verblijf gezinslid wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor verblijf als gezinslid bij zijn echtgenoot in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het openbare ordecriterium, vanwege een veroordeling in Duitsland tot een gevangenisstraf van bijna drie jaar voor medeplichtigheid aan drugssmokkel.
De rechtbank overwoog dat het beleid en de jurisprudentie toestaan dat een aanvraag wordt geweigerd op basis van een strafrechtelijke veroordeling, zonder dat een actuele bedreiging voor de samenleving hoeft te worden vastgesteld, mits het evenredigheidsbeginsel wordt gerespecteerd. Verweerder had een individuele belangenafweging gemaakt, waarbij onder meer de ernst van het delict, het internationale karakter, de opgelegde straf en de gezinsbanden werden betrokken.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden, zoals de tijd die verstreken is sinds het delict, zijn rehabilitatie en de invloed van zijn broer. De rechtbank vond echter dat verweerder terecht had geoordeeld dat weigering niet onevenredig was en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van het beleid af te wijken.
De rechtbank concludeerde dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten de aanvraag af te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard.