ECLI:NL:RBDHA:2021:2338
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag statushouder Roemenië
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 29 december 2020 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Roemenië sinds 9 november 2016.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat Roemenië niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet, omdat hij daar geen toegang zou hebben tot huisvesting, werk of financiële middelen. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende op de zienswijze van eiser was ingegaan en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij verweerder mag aannemen dat Roemenië zijn verplichtingen nakomt.
Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of dat hij geen toegang tot voorzieningen zal krijgen. Zijn eigen verklaringen waren onvoldoende onderbouwd, en het was aan hem om zijn rechten in Roemenië te effectueren. De rechtbank volgde de vaste rechtspraak dat het feit dat eiser internationale bescherming geniet in Roemenië voldoende band met dat land impliceert.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.