ECLI:NL:RBDHA:2021:2102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres, voormalig juridisch medewerker, ontving vanaf april 2019 een WIA-uitkering op basis van 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in oktober 2019 concludeerde het UWV dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per januari 2020. Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat haar psychische klachten verergerd waren en dat de verzekeringsarts geen rekening had gehouden met recente medische informatie.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig hadden opgesteld, inclusief dossieronderzoek en een psychiatrisch onderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep baseerde zijn oordeel op dossieronderzoek en medische rapporten, hetgeen volgens vaste jurisprudentie niet onzorgvuldig is. De rechtbank vond geen reden om aan te nemen dat de medische beoordeling onjuist was, ook niet vanwege het ontbreken van een recent medisch onderzoek in bezwaar.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de door de arbeidsdeskundige geduide functies binnen de belastbaarheid van eiseres passen. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.