Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder stelde dat vanwege de coronamaatregelen sprake was van overmacht waardoor geen dwangsom verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat het niet noodzakelijk was eiser te horen voor de beslissing en dat verweerder vanaf 24 maart 2020 tot 20 april 2020 niet in overmacht verkeerde. Hierdoor is een bestuurlijke dwangsom van €777,- verbeurd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, bepaalt de hoogte van de dwangsom en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €267,-. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit is niet-ontvankelijk omdat het besluit alsnog is genomen en aan het beroep tegemoetkomt.