ECLI:NL:RBDHA:2021:1797
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een civiele procedure bij de Rechtbank Den Haag, stellende dat de rechter niet onpartijdig zou zijn. Verzoeker voelde zich beperkt in spreektijd en ervoer de houding van de rechter als kleinerend en denigrerend, met een voorkeur voor de wederpartij.
De wrakingskamer onderzocht het verzoek en concludeerde dat de rechter de orde op de zitting diende te bewaken en verzoeker conform de uitnodigingsbrief twintig minuten spreektijd kreeg. Er was geen bewijs van kleinerende opmerkingen of vooringenomenheid. De rechter werd vermoed onpartijdig te zijn en er ontbraken bijzondere omstandigheden die dit vermoeden konden weerleggen.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.