Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser betoogt dat hij niet zal meewerken aan een PCR-test, waardoor overdracht niet mogelijk is en dat de bewaring disproportioneel wordt ingezet om medewerking af te dwingen, wat volgens hem niet het doel van de maatregel is.
De rechtbank stelt vast dat eiser twee keer heeft geweigerd mee te werken aan de PCR-test, wat voor zijn eigen rekening en risico komt. Hoewel hij niet verplicht is de test te ondergaan, rust op hem wel de plicht tot volledige medewerking aan zijn vertrek. Gezien de COVID-19 situatie acht de rechtbank het redelijk dat een PCR-test wordt verlangd.
De bewaring mag worden voortgezet om vertrekgesprekken te voeren en medewerking aan de test te bevorderen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.