ECLI:NL:RBDHA:2021:16937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen.
Eiser stelde dat er concrete omstandigheden zijn die maken dat zijn asielaanvraag wel in behandeling genomen moet worden, omdat hij na overdracht aan Italië ernstige materiële deprivatie zou ondervinden. Tevens voerde hij aan dat het arrest Jawo anders geïnterpreteerd moet worden dan verweerder deed. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Italië zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
De rechtbank overweegt dat het persoonlijke relaas van eiser onvoldoende onderbouwd is en dat hij geen asielaanvraag in Italië heeft ingediend, waardoor hij niet uit eigen ervaring kan spreken over de situatie daar. Eiser wordt verwezen naar de Italiaanse autoriteiten voor eventuele klachten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.