ECLI:NL:RBDHA:2021:16862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens internationale bescherming in Italië
Eiseres diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde deze niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet omdat zij in Italië internationale bescherming geniet. Eiseres betwistte dit, stellende dat de Italiaanse autoriteiten mogelijk een andere persoon bedoelden en dat haar verblijfsrecht in Italië zou kunnen worden ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de Italiaanse autoriteiten, ondersteund door Eurodac-gegevens, foto’s en vingerafdrukken, voldoende bewijs vormt dat eiseres in Italië bescherming geniet. De vermeende verwarring over het gebruik van mannelijke voornaamwoorden werd als een kennelijke verschrijving beschouwd. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij in Italië geen bescherming kan krijgen of dat haar situatie verslechterd is.
Verder werd geoordeeld dat het feit dat haar verloofde in Nederland asiel heeft aangevraagd geen beletsel vormt voor overdracht aan Italië. De rechtbank verwees naar jurisprudentie waarin is vastgesteld dat het hebben van een partner in Nederland niet betekent dat terugkeer naar het beschermende land onredelijk is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en haar asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard wegens internationale bescherming in Italië.