Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Unieburger van Poolse nationaliteit, werd op 4 november 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, mede gebaseerd op zware gronden waaronder het niet naleven van een verwijderingsbesluit.
Eiser betwistte alle gronden, maar de rechtbank oordeelde dat de zware gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Eiser was op 17 juli 2021 uitgezet naar Polen, maar had zijn verblijf in Nederland feitelijk voortgezet en weigerde terug te keren, wat het risico op onttrekking rechtvaardigde.
Verder stelde eiser dat het verblijf in het cellencomplex in strijd was met de Terugkeerrichtlijn omdat hij werd gehouden in een complex met strafrechtelijk gedetineerden. De rechtbank stelde vast dat de vreemdelingen en strafrechtelijk gedetineerden gescheiden werden gehouden en dat eiser dit niet had onderbouwd.
Eiser voerde ook aan dat de bewaring in strijd was met zijn rechten als Unieburger en het VWEU. De rechtbank oordeelde dat uit de jurisprudentie van het HvJEU niet volgt dat bewaring bij een verwijderingsbesluit op grond van artikel 15 van Pro de Verblijfsrichtlijn verboden is. De maatregel dient het doel van een efficiënte verwijdering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.