ECLI:NL:RBDHA:2021:16748
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris niet in behandeling werd genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij in Italië geen asiel kon aanvragen en verwees naar het AIDA-rapport 2020 dat beperkte toegang tot de asielprocedure voor Dublinclaimanten beschrijft. De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet opgaat.
De rechtbank nam mee dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft vastgesteld dat Dublinclaimanten in Italië recht hebben op opvang en dat er aanzienlijke verbeteringen zijn in het Italiaanse opvangsysteem. Eiser heeft geen concrete aanwijzingen geleverd van structurele gebreken die het asielproces onmogelijk maken.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd verworpen, omdat eiser dit niet expliciet had aangevoerd en verweerder niet verplicht was hierop gemotiveerd in te gaan. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.