ECLI:NL:RBDHA:2021:16626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat hij niet wist waar en hoe hij klachten kon indienen in Italië en dat de Italiaanse autoriteiten zich niet aan Europese richtlijnen houden.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt tussen Nederland en Italië, ondersteund door eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Eiser had geen asielaanvraag in Italië ingediend en onvoldoende onderbouwd dat hij na terugkeer geen opvang zou krijgen of dat hij in vreemdelingenbewaring zou worden gesteld in strijd met Europese richtlijnen.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser zich mag inspannen om klachten kenbaar te maken bij Italiaanse autoriteiten, ook al spreekt hij geen Italiaans, en dat hij hulp kan inroepen van particuliere hulporganisaties. Er was geen bewijs dat Italië de rechten van eiser zou schenden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.