Eiser vroeg uitstel van vertrek om medische redenen, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees dit af op grond van het oordeel dat noodzakelijke medische zorg in Armenië beschikbaar is en eiser zijn identiteit niet voldoende had aangetoond.
Eiser stelde dat hij niet gehoord was over zijn bezwaren en dat hij wel degelijk zijn identiteit en nationaliteit had onderbouwd met originele documenten. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht was geschonden omdat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de bezwaren van eiser geen kans van slagen hadden. Tevens was het onterecht dat eiser niet de gelegenheid was geboden om aan te tonen dat medische zorg in Armenië voor hem ontoegankelijk is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarbij eiser in de gelegenheid wordt gesteld zijn stellingen te onderbouwen en gehoord te worden. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.