Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen het voortduren van deze maatregel stelde eiser beroep in en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel eerder beoordeeld en geoordeeld dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
De kern van het geschil betrof de rechtmatigheid van de bewaring na het sluiten van het eerdere onderzoek. Eiser stelde dat de voortzetting disproportioneel was en niet in overeenstemming met (Europese) wetgeving, mede omdat hij vier weken in vreemdelingendetentie verbleef zonder daadwerkelijke uitzetting naar Frankrijk. Verweerder had de bewaring op 7 september 2021 opgeheven na een belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel niet vanaf het begin onrechtmatig was, maar dat eiser door het weigeren van medewerking aan covid-19 tests de overdracht aan Frankrijk onmogelijk maakte. Volgens vaste rechtspraak rust op eiser de plicht tot volledige medewerking aan zijn vertrek. De bewaring was daarom rechtmatig tot aan de opheffing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.