ECLI:NL:RBDHA:2021:16550
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor vervolging door Hezbollah
Eiser, een Libanese nationaliteit dragende persoon, heeft in maart 2020 asiel aangevraagd vanwege vermeende bedreigingen en mishandelingen door Hezbollah. Hij stelde dat hij in 2006 tweemaal door Hezbollah werd mishandeld en in januari 2020 betrokken was bij een conflict met Hezbollah-leden, waarna zij hem en zijn familieleden zouden hebben opgezocht.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij onder de beschermingsgronden van het Vluchtelingenverdrag valt of een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat de mishandelingen uit 2006 ongeloofwaardig waren en dat het incident van januari 2020 onvoldoende onderbouwd was om een reëel risico aan te nemen.
Eiser voerde aan dat hij vanwege de coronapandemie en de nasleep van de explosie in Beiroet niet kon terugkeren, maar ook dit werd door de rechtbank niet als een individueel terugkeerbeletsel erkend. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.